IslamWest

Moet God evolueren?

By Wednesday 5 October 2011 No Comments

De winnaar van de Eutopia essaywedstrijd 2011: Shahenshah Yagut (R)In den beginne…

Afgelopen zomer, net na het verbreken van het rituele vasten, was er een koortsige discussie losgebarsten over de waarde van religies. Terwijl op de achtergrond de moskeeën van Kabul door elkaar opriepen tot het gebed, stelde ik de eeuwenoude, eenvoudige vraag: kan God een steen scheppen die te zwaar is voor hemzelf om op te tillen?

Het verbreken van een religieus taboe veroorzaakte veel commotie. Even leek het erop dat de familie die daar bijeen was gekomen na decennia van oorlog uit elkaar gereten zou worden vanwege iets onbeduidends als een hypothetische vraag. Echter, als ik had geweten waar de vraag uiteindelijk toe zou leiden, had ik hem niet gesteld. Na tien minuten van geschreeuw, rode hoofden, opgezwollen nekaderen en zelfs weglopende personen, waren we allemaal oprecht verzonken in een diep gepeins over ons vanzelfsprekend geworden geloof in de islam.

Ik ben een moslim, een Afghaanse moslim welteverstaan. Een foutere held dan Richard Dawkins, de Britse evolutiebioloog en apologeet van het atheïsme, is haast ondenkbaar. Dawkins, die reeds in zijn tienerjaren het christelijk geloof van zijn ouders de rug toe keerde, is uitgegroeid tot het boegbeeld van de internationale neo-atheïstische beweging. Het is merkwaardig hoe mijn eerste kennismaking met Dawkins verliep.

Ik zat in de tweede klas van het vwo en kreeg net wat elementaire lessen over de evolutietheorie. Maar in sommige religieuze kringen waarin ik vertoefde, sprak men over de valsheid van de evolutietheorie zoals door Harun Yahya en andere creationisten was ‘bewezen’. Deze creationisten postuleerden God als het enig mogelijke bewijs van alle wonderen der natuur.

 Tegelijkertijd verketterden ze een akelig immorele man die Dawkins heette. Deze domme man viel juist hun creationisme aan en verkondigde blijkbaar enkel leugens over de schepping. Maar wie was die man waar vriend en vijand zo fervent over spraken? Wat maakte hem tot zo’n uitgelicht persoon als hij in werkelijkheid maar een sul was? Mijn eerste ervaring met hem op de website YouTube was schokkend. Als gelovige meen je namelijk aan alle aspecten van je geloof te hebben getwijfeld, en je daar overheen te hebben gezet. Wanneer men echter met Dawkins geconfronteerd wordt, is het bijna alsof zijn woorden een mokerslag vormen tegen het bastion waarin je je religiositeit tracht te beschermen.

Ik moet toegeven dat ik bang was voor Richard Dawkins. Niet in de zin dat hij me deed huiveren, maar in de zin dat mijn leven de essentie die religie heette kwijt zou raken als ik me te veel voor hem open zou stellen. Toch besloot ik op een dag, drentelend in een boekenwinkel, me over mijn angst heen te zetten en zijn boek aan te schaffen. Echter, ik kon het niet laten om gelijktijdig twee andere boeken aan te schaffen die juist Dawkins’ standpunten aanvielen. Allicht begon ik met die twee boeken die mij op dat moment meer aanstonden. En wat stonden daar toch geweldige weerleggingen in van Dawkins! Die kerel was blijkbaar toch niet zo pienter als hij zich voordeed. Dawkins was geheid verleden tijd!

Dawkins, de duizelingwekkende draaikolk Het lezen van Dawkins’ boek The God Delusion was alsof iemand waar je smoor op bent, volkomen bij je afgaat. Het erge is dat je het enerzijds verschrikkelijk vindt, maar anderzijds niet kan laten om uit te vogelen hoeveel verder je geliefde nog kan zinken in de schandput. Het was alsof ik een raketijsje was dat de sterren wilde bereiken, maar smolt voordat ik mijn reis kon maken. Dawkins was een eikel. Niet alleen opende hij een frontaal offensief tegen de pseudowetenschappen waar ik mijn houvast in had gevonden, hij maakte ze ook tot op het bot belachelijk met een akelig begrijpelijke humor.

Mijn reactie, besef ik nu, leek griezelig veel op de eerste reactie die ik in Afghanistan loswrikte bij mijn familieleden. Ik sloeg het boek dicht; ik voelde mezelf geschoffeerd door een zogenaamd ‘beschaafde Brit’. Wat boeide het mij nou of hij had gedoceerd aan Oxford? Weg met Dawkins, leve de binnenhuisarchitect Harun Yahya en zijn creationistische kornuiten die de stupide apentheorieën weerlegden!

Toch bleef na het lezen van Dawkins een nasmaakje me bij. Voortaan moest ik steeds aan zijn weerleggingen denken als ik mezelf weer probeerde wijs te maken dat het creationistische perspectief op de wetenschap het juiste was. Dat deed me pijn, want het leek alsof de twijfels die elke gelovige heeft, definitief de overhand leken te krijgen in mijn leven als religieus persoon.

Wellicht was ik te jong om het duizelingwekkende gevoel te kunnen plaatsen. Religie was voor mij een zorgeloze toeverlaat wanneer ik met moeilijkheden zat waarvoor ik nergens anders een antwoord kon vinden. Een feilloze bron van waarheid. Maar als de wetenschap vooruit ging, en als dat religie op een steeds meer gespannen voet zette met zichzelf, wat zei dat dan over religie? Was ze statisch geworden? Bestond de enige beweging van religie uit haar afbrokkelen en eroderen door de wetenschap en filosofie? Om het evolutionair uit te drukken: was ze rudimentair geworden?

Dus wat is het antwoord? Kan God een steen scheppen die te zwaar is voor Hemzelf om op te tillen? Het grote misverstand over de waarde van deze vraag, is dat men denkt dat de paradox het elangrijkste aspect is. Giet de vraag namelijk in een andere vorm en je zult begrijpen wat ik bedoel: kan God een cirkel scheppen die een vierkant is?

Dit soort vragen op zichzelf lijkt nutteloos. Je lost er niets mee op, noch bewijs je er iets mee. Het punt van dit soort vragen is echter dat ze de eerste prikkels verschaft voor het kritisch nadenken over verstokte religieuze overtuigingen. Het is begrijpelijk voor groot en klein, maar beslaat simultaan juist een van de ingewikkelde onderwerpen van de menselijke contemplatie. De vraag is niet wat het antwoord is, de vraag is wie de vraag durft te stellen. En het antwoord daarop is wellicht nog verrassender dan de vraag zelf.

De eerste keer dat deze vraag in de geschiedenis voorkomt, is namelijk niet in de boeken van Dawkins of Dennett of Darwin. In feite was het helemaal niet bij een atheïst of agnost, maar in de geschriften van de middeleeuwse, islamitische rechter en filosoof Ibn-Rushd, in het westen bekend als Averroës. Dit lijkt tegenstrijdig vanwege zijn religieuze achtergrond, maar dat is het niet. Eveneens liggen de wortels van de filosofische twijfel bijvoorbeeld niet bij Descartes, maar bij de Perzisch denker Al- Ghazali, die ook een vrome moslim was.

Als Dawkins iets voor mij heeft betekend, dan is het wel dat hij me weer op het spoor van deze kordate denkers heeft geplaatst. Hij heeft een meedogenloze verlichting veroorzaakt in mijn begrip van religie. Want religie vertelt misschien over de positie van de mens in de kosmos, of zelfs over de kosmos in de mens, maar vertelt niets over de kosmos aan de mens. Het zijn de capriolen geweest van de zogenaamd creationistische wetenschappers die deze waarheid voor mij op zijn kop hadden gezet.

In een wereld waarin religies steeds denigrerender benaderd worden, mede door Richard Dawkins, grijpt de gelovige helaas terug naar talismannen en medicijnmannen voor een bescherming die niet enkel tegen de wetenschappelijke werkelijkheid indruist, maar ook tegen de oorspronkelijke semantiek van religies. Door deze averechtse werking valt er daarom heel wat af te dingen op de methode die Dawkins gebruikt.

Dat neemt echter niet weg dat zijn heroïsche opzet om een duidelijke scheiding van religie en wetenschap teweeg te brengen even belangrijk is voor de atheïst als voor de godsdienstige. Dawkins trotseert lawines van haat, maakt meer vijanden dan vrienden, maar capituleert niet in zijn strijd de twee gesepareerd te houden.

Zowel wetenschap als religie zijn namelijk beter af als ze zich op hun eigen domein richten en tegelijkertijd de waarde van het andere in kunnen zien. Geen van beide zal ooit rudimentair worden in het menselijk bestaan, zolang het ene maar niet met het andere wordt verward.

Shahenshah Yaqut

Shahenshah Yaqut

Shahenshah Yaqut is een rechtenstudent aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Op driejarige leeftijd kwam hij als Afghaanse vluchteling in Nederland aan. In 2008 won hij de J.H. Schepsprijs met een essay over oorlog en vrede en in 2011 de Eutopia essaywedstrijd met als thema 'Jouw foute held'.

Leave a Reply

 

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.